de vanzelfsprekendheid voorbij

gereformeerde scholen: concentratie, keuzes, kansen

Triangel
Alda van den Enden

Erasmus Universiteit Rotterdam
Master thesis Sociologie
december 2006


Samenvatting

De vanzelfsprekendheid voorbij; gereformeerde scholen: concentratie, keuzes kansen is een onderzoek naar de samenhang tussen de ledentallen van de gereformeerde kerken vrijgemaakt en de aanwezigheid van gereformeerd voortgezet onderwijs in bepaalde regio’s. Het onderzoek is uitgevoerd in 2006, de gegevens zijn verzameld in het eerste halfjaar.

In hoofdstuk 1 komen achtereenvolgens aanleiding tot het onderzoek, het doel ervan en de concrete probleemstelling en onderzoeksopzet aan de orde.

Aanleiding tot de opzet van dit onderzoek was de sluiting van een van de nevenvestigingen voor gereformeerd voortgezet onderwijs en de daaruit voortvloeiende discussie in het Nederlands Dagblad. Deze ging in eerste instantie over schoolkeuzemotieven van ouders en de consequenties daarvan voor gereformeerde scholen. Als belangrijkste thema’s kwamen daarbij aan de orde aan de ene kant het proces van concentratie van vrijgemaakt gereformeerde kerkleden rond de scholen voortgezet onderwijs, en aan de andere kant de veranderende schoolkeuzes, waardoor een aantal ouders hun kinderen niet meer naar het gereformeerd onderwijs sturen. Deze ontwikkelingen zorgen voor teruglopende leerlingenaantallen op een aantal scholen en vormen als zodanig een bedreiging voor het voortbestaan van het gereformeerd onderwijs. De discussie werd door een aantal schrijvers in het bredere kader van de ontwikkelingen binnen de gereformeerde kerken vrijgemaakt gezet. Diverse toekomstscenario’s werden geschetst.

Het doel van het onderzoek van deze scriptie is dan ook om na te gaan in hoeverre bovenstaande veronderstellingen steun vinden in empirische gegevens. Daarbij wordt met name aandacht besteed aan de vraag of er een proces van concentratie van vrijgemaakten rond de scholen voor voortgezet onderwijs heeft plaatsgevonden.

Omdat het onderzoek zowel empirisch inzicht zal moeten verschaffen in de feitelijke ontwikkelingsprocessen als een theoretisch gefundeerde verklaring van deze processen, is de tweeledige probleemstelling als volgt geformuleerd:

In hoeverre is het veronderstelde proces van concentratie van de leden van de gereformeerd-vrijgemaakte kerken rond de gereformeerde scholen voor voortgezet onderwijs een bedreiging voor het voortbestaan van geografisch minder gunstig gelegen scholen van deze zelfde richting, en hoe kan dit proces verklaard worden vanuit de sociale samenhang van de gereformeerd-vrijgemaakte kerkelijke denominatie?

Hoofdstuk 2 is het hoofdstuk context en theorie. Hierin wordt de context waarin gereformeerde scholen functioneren geschetst. Gereformeerde scholen zijn een exponent van het bijzonder onderwijs, en als zodanig karakteristiek voor het verzuilde Nederlandse onderwijsbestel. In dit hoofdstuk worden eerst de verzuiling in de Nederlandse samenleving in het algemeen en de plaats van de gereformeerde kerken vrijgemaakt daarin besproken. Vrijgemaakte kerken werden door diverse onderzoeken als sterk verzuilde kerken aangeduid, maar de ontzuiling, die in andere kerken al decennia eerder begon, is sinds de jaren ’90 onmiskenbaar ook ingezet in de vrijgemaakte kerken.
Wat betreft de onderwijsverzuiling: in het begin van de jaren ’90 konden gereformeerde scholen nog gekenmerkt worden als scholen die bedoeld zijn voor de eigen richting. Ontwikkelingen binnen de kerken vinden hun weerslag binnen de scholen. Aan de ene kant maken gereformeerde ouders andere schoolkeuzes voor hun kinderen, aan de andere kant maken anderskerkelijke ouders de keuze voor gereformeerd onderwijs. De kerkelijke binding wat betreft het lidmaatschap van gereformeerde schoolverenigingen verandert daarmee echter nog niet.

De vanzelfsprekendheid van de schoolkeuze van gereformeerde ouders voor gereformeerde scholen is inmiddels wel voorbij. Voor de analyse van schoolkeuzemotieven en de veranderingen daarin, in samenhang met de gereformeerd vrijgemaakte kerkelijke cultuur, wordt in dit hoofdstuk gebruik gemaakt van een model, ontwikkeld aan de hand van de theorie van sociale mechanisme en causale ketens. Elementen die een rol spelen bij schoolkeuze zijn onder meer: homogeniteit van de kerkelijke gemeenschap, kerkelijke betrokkenheid van de ouders, geografische ligging, en beschikbaarheid van alternatieven. Werden vroeger de vrijgemaakte kerken als geheel gekenmerkt door homogeniteit en ontstond als het ware een ‘collectieve schoolkeuze’ voor gereformeerd onderwijs, inmiddels is er een grote diversiteit in opvattingen en spelen individuele keuzes een veel grotere rol.

Hoofdstuk 3 is de uitwerking van de empirische gegevens. Het bevat de statistische gegevens van de ledentallen van de gereformeerde kerken vrijgemaakt en van de scholen en leerlingenaantallen. Hierbij worden diverse periodes onder de loep genomen. Het begrip concentratie wordt verder geoperationaliseerd en de variabelen die bij de meting een rol spelen worden gedefinieerd. Om de veronderstelde concentratie rond de vier hoofdvestigingen voor voortgezet onderwijs te kunnen meten wordt gebruik gemaakt van de variabele groei-index die over diverse periode gedefinieerd kan worden. Daarnaast worden alle vrijgemaakte kerkelijke gemeenten ingedeeld bij een van de vier regio’s, aan de hand van hun geografische ligging.
Bij de meting van het proces van concentratie van vrijgemaakt gereformeerden rond bepaalde punten, wordt onderscheid gemaakt tussen landelijke en regionale effecten. In bepaalde regio’s en bepaalde periodes blijkt inderdaad een concentratie-effect te meten.

In hoofdstuk 4 wordt de vraag beantwoord wat de effecten zijn van de concentratie, en of er inderdaad sprake is van een dreigende leegloop van kerken en scholen in minder gunstig gelegen gebieden. De conclusie is dat er geen eenduidig verband valt vast te stellen tussen ligging en groei van plaatselijke kerken en al evenmin tussen ligging en groei van scholen. Daarvoor zijn te veel afwijkende lokale situaties. De vraag of minder gunstig gelegen vrijgemaakte scholen in hun voortbestaan bedreigd worden kan in zijn algemeenheid door de kwantitatieve gegevens van het onderzoek dan ook niet bevestigend beantwoord worden. Wel blijkt uit deze gegevens dat een aantal scholen toch behoorlijk in leerlingenaantal afneemt.
Opmerkelijk is, dat dit proces, evenals het probleem van de kleiner wordende kerken, al jaren aan de gang is, maar dat het pas sinds een aantal jaren wordt gesignaleerd.

In hoofdstuk 5 worden de conclusies van de verschillende hoofdstukken verder uitgewerkt en worden een keuzes en kansen van gereformeerde scholen op een rij gezet. Gereformeerde scholen staan in een aantal opzichten op een kruispunt. Wijzigende patronen in schoolkeuzemotieven kunnen er toe leiden dat gereformeerde scholen geconfronteerd worden met afnemende leerlingenaantallen: vanuit het oogpunt van het voorbestaan van de organisatie een onwenselijke ontwikkeling. Om deze ontwikkeling om te buigen is het van belang dat scholen pro-actief kunnen reageren vanuit een effectieve structuur. Verbreding van de doelgroep is daarbij een belangrijk instrument, dat echter behalve mogelijkheden ook knelpunten met zich mee brengt. Kwaliteit, identiteit en bereikbaarheid blijven daarbij de sleutelwoorden. Gereformeerde scholen die werk maken van hun identiteit en daarnaast leerlingen en ouders een waardennetwerk kunnen bieden, hebben een goede uitgangspositie bij het benaderen van een nieuwe doelgroep. Wel is voor actief werven een omslag in denken nodig, en een nieuwe attitude in het omgaan met anderskerkelijke ouders en leerlingen. Ook in de inrichting van de formele bestuursstructuur zullen daarbij keuzes gemaakt moeten worden.
Te downloaden:

  samenvatting (pdf, 38 KB)
  volledige scriptie (pdf, 5315 KB)


Contact met Alda:

  klik hier voor e-mail.